# Inkomstenbelastingeffecten Van De Jaarlijkse Belastingwet 2019

Op 7 november 2019 heeft de Bundestag de wet inzake verdere fiscale stimulansen voor elektromobiliteit en wijzigingen van andere belastingregels (“Annual Tax Act 2019”) aangenomen.

Zoals de naam van de wet al doet vermoeden, bevat deze ook bepalingen over het gebruik van auto’s voor zakelijke doeleinden en de bijbehorende belastingvoordelen voor e-mobiliteit.

Elektrische voertuigen als bedrijfsauto

Het regeringsontwerp voorzag enkel in een verlenging van de halvering van de belastbare grondslag voor bedrijfswagens voor privégebruik van een elektrisch of hybride elektrisch voertuig van de zaak. Een verlaging van de belastinggrondslag tot een kwart is nu zelfs aangenomen (als gevolg van het klimaatpakket 2030 van de Duitse regering, dat inmiddels is aangenomen) voor bepaalde voertuigen die geen kooldioxide uitstoten en waarvan de bruto catalogusprijs lager is dan 40.000 euro.
[ Voor aankopen tussen 1 januari 2019 en 31 december 2030 ]
[ Geldt vanaf 1 januari 2020 ]

Voor extern oplaadbare elektrische en hybride elektrische voertuigen die niet aan deze vereisten voldoen, geldt in de toekomst het volgende:

Bij aankoop tussen 1 januari 2022 en 31 december 2024, de helft van de heffingsgrondslag als de kooldioxide-uitstoot niet meer is dan 50 gram per kilometer of als de actieradius van het voertuig met alleen elektrische aandrijving ten minste 60 kilometer is.

Bij aankoop tussen 1 januari 2025 en 31 december 2030, de helft van de beoordelingsgrondslag als de kooldioxide-uitstoot niet meer is dan 50 gram per kilometer of als de actieradius van het voertuig met alleen elektrische aandrijving ten minste 80 kilometer is.

Elektrische bedrijfsvoertuigen en elektrisch aangedreven bakfietsen

In de toekomst zullen niet alleen elektrische bestelwagens (zoals voorzien in het regeringsontwerp), maar ook elektrische bedrijfsvoertuigen en elektrisch aangedreven bakfietsen in het algemeen in aanmerking komen voor de aftrek voor slijtage in het jaar van aankoop in overeenstemming met artikel 7, lid. 1 kan aanspraak maken op een speciale afschrijvingsaftrek van 50% van de aankoopkosten (§ 7c EStG).

Elektrische bedrijfsvoertuigen zijn voertuigen van de EG-voertuigcategorieën N1, N2 en N3 die uitsluitend worden aangedreven door elektromotoren die volledig of hoofdzakelijk worden gevoed door mechanische of elektrochemische energieopslagsystemen of door emissievrije energieomzetters. Elektrisch aangedreven bakfietsen zijn fietsen voor zwaar gebruik met een minimaal transportvolume van 1 m³ en een laadvermogen van minstens 150 kg, die worden aangedreven door een elektrische hulpmotor.
[Geldt voor voertuigen gekocht vanaf 1 januari 2020].
[Geldt vanaf 1 januari 2020]

Fietsen #1

De belastingvrijstelling van het niet-geldelijke voordeel dat wordt toegekend uit de terbeschikkingstelling van een bedrijfs(elektrische) fiets door de werkgever in overeenstemming met Sectie 3 Nr. 37 EStG zal worden verlengd tot het einde van 2030 (Secties 52 (4) zin 7, 52 (12) zin 2 EStG). Een uitbreiding van de parallelle niet-erkenning van een onttrekking voor privégebruik van een (elektrische) fiets van de zaak is ook dienovereenkomstig voorzien.
[Geldt vanaf 1 januari 2020]

Fietsen #2

Daarnaast wordt een nieuwe mogelijkheid voor forfaitaire loonbelasting ingevoerd (artikel 40, lid 2, zin 1) in het geval dat een werknemer gratis of tegen een gereduceerde prijs een fiets van de zaak krijgt, naast het loon dat al verschuldigd is. Deze innovatie was nog niet opgenomen in het ontwerp van de regering.
[Geldt vanaf 1 januari 2020 ]

Professionele bestuurder

Er is een nieuw forfaitair bedrag van EUR 8 per kalenderdag ingevoerd voor werknemers die hun beroepsactiviteiten hoofdzakelijk uitoefenen in motorvoertuigen(Sectie 9 (1) zin 3 nr. 5b EStG). In de toekomst kan dit forfaitaire bedrag worden geclaimd in plaats van de werkelijke kosten die de werknemer heeft gemaakt in verband met een overnachting in het voertuig van de werkgever tijdens een werkgerelateerde activiteit die meerdere dagen duurt. Als de werkelijke uitgaven echter hoger zijn dan het vaste bedrag, kunnen deze worden opgenomen.
[Geldt vanaf 1 januari 2020 ]

Strengere regels voor verstrekkingen

Het wetsontwerp voorzag in een uitbreiding van de definitie van uitkeringen in tegenstelling tot verstrekkingen. Nadat dit was verwijderd in het regeringsontwerp, is de aanscherping weer opgenomen in de aangenomen versie (Sectie 8 (2) en (3) EStG). Bijvoorbeeld surrogaten in geld, terugbetalingen van kosten achteraf of geoormerkte uitkeringen in geld kunnen niet langer zonder meer worden gecategoriseerd als verstrekkingen. Dit geldt niet voor vouchers en geldkaarten die uitsluitend toestemming geven voor de aankoop van goederen of diensten.

Vacatureticket

Werkgeversvergoedingen voor kosten die werknemers maken voor reizen tussen hun woonplaats en hun eerste werkplek, zelfs als ze niet bovenop het reeds verschuldigde loon worden verstrekt, worden nu door de werkgever belast tegen een vast tarief van 25% (§ 40 (2) EStG). Dit geldt zowel voor reizen met het openbaar vervoer tussen thuis en de eerste werkplek (bv. jobtickets) als voor privéreizen met het lokale openbaar vervoer. Verrekening van de forfaitair belaste vergoedingen met de vergoeding voor woon-werkverkeer in overeenstemming met Sectie 9 paragraaf. 1 zin 3 nr. 4 zin 2 en para. 2 is weggelaten.
[Geldt vanaf de dag na de afkondiging ]

Extra cateringkosten

De wet verhoogt de forfaitaire vergoedingen voor extra verblijfskosten in het kader van een zakenreis of dubbele huishouding. Er is een verhoging gepland van 24 naar 28 euro voor afwezigheden van 24 uur en van 12 naar 14 euro voor dagen van aankomst en vertrek en voor dagen van afwezigheid zonder overnachting en langer dan 8 uur. De basisvereiste hier is dat de werknemer buiten zijn huis en primaire werkplek werkt.

Verdere trainingsdiensten

Opleidingsvergoedingen voor werkgevers zijn belastingvrij (§ 3 Nr. 19 EStG). Dit is bedoeld om rechtszekerheid te bieden dat de bijscholingsuitkeringen van de werkgever voor maatregelen op grond van artikel 82, leden 1 en 2, SGB III niet onderworpen zijn aan belasting. De belastingvrijstelling geldt ook voor bijscholingsdiensten die door de werkgever worden aangeboden en die dienen om de inzetbaarheid van de werknemer te verbeteren (bv. taalcursussen of computercursussen die niet werkgerelateerd zijn).

Dit zijn maatregelen die het mogelijk maken om de professionele vaardigheden van de werknemer aan te passen en verder te ontwikkelen en zo bijdragen aan het beter aangaan van professionele uitdagingen. Deze voordelen mogen geen overwegend belonend karakter hebben.
[Geldt vanaf de dag na de afkondiging ]

Flat personeel

Vanwege de ontwikkeling van de vraag op de woningmarkt wordt een waarderingskorting ingevoerd voor werknemerswoningen in dure stadscentra (Sectie 8 (2) EStG). Dienovereenkomstig wordt het non-cash voordeel niet opgenomen voor de flat die de werkgever ter beschikking stelt voor de eigen woondoeleinden van de werknemer. Voorwaarde is dat de huur die de werknemer betaalt, inclusief de huur van het appartement, ook de huur van het appartement is. de bijkomende kosten bedragen ten minste 2/3 van de gebruikelijke lokale huurwaarde en deze bedraagt niet meer dan 25 euro per vierkante meter exclusief bijkomende kosten.
[Geldt vanaf 1 januari 2020 ]

Bevordering van alternatieve huisvestingsvormen niet langer opgenomen

Volgens het regeringsontwerp moeten verstrekkingen in het kader van alternatieve woonvormen belastingvrij zijn (artikel 3 nr. 49 EStG-E). Dit amendement is in de aangenomen versie geschrapt.

Fiscaal identificatienummer

In de toekomst krijgen werknemers die in Duitsland slechts beperkt inkomstenbelastingplichtig zijn ook een fiscaal identificatienummer (§ 39 lid 3, 42b lid 1 zin 1 EStG). Deze toewijzing moet door de werknemer worden gedaan bij het belastingkantoor van de vaste inrichting van de werkgever. Werknemers moeten echter de mogelijkheid krijgen om hun werkgever toestemming te geven om voor de eerste keer het fiscaal nummer aan te vragen.

De kennisgevingsbrief van de belastingdienst wordt dan naar de werkgever gestuurd. Daarnaast zullen werknemers met een beperkte inkomstenbelastingplicht in de toekomst worden opgenomen in de jaarlijkse verevening van de vennootschapsbelasting (Sectie 42b (1) zin 1 EStG).
[Geldt vanaf 1 januari 2020 ]

Registratie inkomstenbelasting

De loonbelastingregistratie wordt uitgebreid, zodat de in te houden en af te dragen loonbelasting afzonderlijk moet worden opgegeven voor de kalenderjaren waarin het loon wordt ontvangen of geacht wordt te worden ontvangen (Sectie 41a (1) zin 1 nr. 1 EStG). Dit amendement was nog niet opgenomen in het ontwerp van de regering.
[Geldt voor salarisbetalingsperioden na 31.12.2021 ]

Boetes

Het wetsontwerp omvat een uitbreiding van het verbod op het aftrekken van boetes die door andere EU-lidstaten zijn opgelegd. Boetes, administratieve boetes en waarschuwingsboetes die na 31 december 2018 zijn opgelegd door rechtbanken in andere EU-lidstaten, kunnen niet langer worden afgetrokken als bedrijfskosten (art. 4 (5) zin 1 nr. 8 en nr. 8a EStG). Bovendien zal het verbod op het aftrekken van zakelijke uitgaven in de toekomst ook gelden voor rente op achterstallige belastingen.
[Geldt vanaf de dag na de afkondiging ]

Speciale uitgaven

Bijdragen aan ziektekosten- en langdurige zorgverzekeringen voor het eigen kind, die door de wettelijke voogden economisch worden gedragen (contante of niet-contante steun), moeten in de toekomst als bijzondere uitgaven voor hen worden erkend (art. 10 lid 1 nr. 3 zin 2 EStG). Het is irrelevant of en hoeveel het kind verdient of ontvangt.
[Geldt vanaf de dag na de afkondiging ]

Veeteelt in de Gemeenschap

Een nieuw artikel 13b EStG regelt wanneer inkomsten uit het fokken en houden van landbouwhuisdieren van coöperaties, van vennootschappen waarvan de aandeelhouders als medeondernemers moeten worden beschouwd of van verenigingen tot de inkomsten uit land- en bosbouw worden gerekend. Deze innovatie was nog niet opgenomen in het ontwerp van de regering.
[Voor het eerst van toepassing op boekjaren die beginnen na 31 december 2024 ]

Crowdlending

De wet voorziet in een aanpassing van de vermogenswinstbelastingaftrek voor nieuwe investeringsvormen. In de toekomst zal rente die voortvloeit uit een vordering die is verkregen via een internet serviceplatform, zoals crowdlending, ook onderworpen zijn aan aftrek van vermogenswinstbelasting (artikel 43 (1) zin 1 nr. 7c EStG). De binnenlandse exploitant of de binnenlandse vestiging van een buitenlandse exploitant van dit internetdienstenplatform treedt op als de exploitant in overeenstemming met Art. 6 para. 1 lit. f GDPR. § 44 lid. 1 zin 4 nr. 1 EStG als de uitbetalende instantie.
[Geldt vanaf 1 januari 2020 ]

Fonds oprichtingskosten

In tegenstelling tot de uitspraak van het BFH van 26 april 2018 (IV R 33/15) omvatten fondsvormingskosten
Fondsvestigingskosten
met terugwerkende kracht gecategoriseerd blijven als acquisitiekosten en niet als direct aftrekbare zakelijke kosten/reclamekosten (artikel 6e EStG).
Naast de verwervingskosten in de zin van artikel 255 HGB omvatten fondsvormingskosten ook alle kosten die de investeerder aan de projectverstrekker moet betalen voor de verwerving van het actief dat een belastingbetaler alleen verwerft (individuele investering) of samen met andere investeerders in het kader van een vooraf door de projectverstrekker opgesteld contract.
[Geldt vanaf de dag na de afkondiging ]

Ben je geïnteresseerd in dit onderwerp?
Lees meer over dit onderwerp en andere interessante en gerelateerde inhoud op de
infoblog van PBS Pekala en Partner
.

Je bent ook welkom op de websites van ons partnernetwerk